De Renault Dauphine

In 1956 presenteerde Renault op de Autosalon van Geneve de opvolger van haar immens populaire 4CV. Aanvankelijk werd deze auto Corvette gedoopt, maar aangezien Chevrolet datzelfde jaar met een gelijknamige bolide op de proppen was gekomen, werd onder het motto "Puisque la 4CV est la reine du marché, celle-ci sera sa dauphine" (Als de 4CV de koningin van de weg is, dan is dit haar kroonprinses) besloten tot Dauphine, een naam die uitstekend paste bij het chique, maar tegelijkertijd vrolijke en sierlijke uiterlijk van deze kleine vierdeurs-sedan. Dat de Dauphine vrijwel onmiddellijk een smash-hit werd, en voor de verandering niet uitlsuitend bij het mannelijk deel der autominnend publiek, was voor een groot deel de verdienste van Paule Marrot. Deze befaamde Parijse textielkunstenares deed waarvoor ze was aangetrokken: Renault van zijn saaie image verlossen. Carrosseriën, tot dan in grauw gedompeld, waren nu gespoten in fleurige pasteltinten; Speciale, in Marrot’s atelier in Montmartre ontworpen stoffen met namen als rouge montijo, jaune bahamas, bleu hoggar en blanc réjan bespanden stoelen, achterbank en de panelen van de vier portieren die, in tegenstelling tot de beruchte “zelfmoord-deuren” van de 4CV, nu wel naar voren openklapten.


Een schitterend embleem met wapen, eveneens van Marrot’s hand, sierde het stuurwiel en het neusje van de Dauphine, terwijl ontwerper Jacques Arpels van het vermaarde juweliersbedrijf Van Cleef et Arpels het ontwerp van het dashboard voor z’n rekening nam. Andere bijzondere kenmerken waren een twee-tonige claxon, een voorin geplaatste kofferbak, en een reserveband die uit de “mond” van de Dauphine’s olijke gezichtje tevoorschijn kwam.
 
Al dit moois werd gedragen door een monocoque (uit één stuk) chassis, ruim 30 centimeter langer dan dat van de CV4, en aangedreven door een achterin geplaatste watergekoelde motor met een 85cc grotere cylinderinhoud. De daarmee verkregen extra dertien paardenkrachten zorgden ervoor dat de Dauphine kon optrekken van 0 tot 100 km/u in een verpletterende tijd van 32 seconden (wat dat betreft had men de auto beter Escargot kunnen noemen). Niettemin zou een opgevoerde versie, de Dauphine Gordini, het uitstekend doen in de autoracerij, met o.a. de eerste vier plaatsen in de Mille Miglia en de eerste plaats in de Rally van Monte Carlo.
 
De Dauphine zou in de swinging sixties uitgroeien tot een van de populairste Franse auto’s aller tijden, en toen in 1968, twaalf jaar na de introductie, de lopende band voorgoed werd stopgezet, waren er wereldwijd in totaal 2.120.220 verkocht.

 

 

http://dauphinomaniac.dauphstock.org/


Nederlands English